Riolering en schade

Door Nederlandse gemeenten worden de laatste 10 jaren achterstanden ingehaald bij de noodzakelijke vervanging of renovatie van rioleringen. De technische uitvoeringswijze van deze projecten verschilt per gemeente, waarbij economische motieven een belangrijke rol spelen. De sleufloze technieken van aannemers om bestaande rioleringen te renoveren bestaan al langere tijd, maar worden doorgaans niet toegepast om verschillende redenen. Om de maatschappelijke gevolgen door de uitvoering van het werk te beperken wordt renovatie van bestaande rioleringen door aannemers van de NSTT sterk bepleit. Opdrachtgevers vinden echter de kosten van renovatie door middel van relining te hoog, waardoor de keuze meestal op vervanging middels een open ontgraving valt. Uiteraard kan ook het aanbrengen van een gescheiden rioolsysteem voor schoon en vuil water de reden vormen voor de keuze van een open ontgraving of verzakkingsproblemen. Bij relining wordt vooraf bekeken op hoeveel plaatsen gegraven moet worden en kunnen voor het verkeer kwetsbare punten in een drukke stad worden vermeden. De HDPE buis wordt machinaal gevouwen en voorzien van tijdelijke spanbanden om de diameter te verkleinen en het doorvoeren hiervan door de bestaande rioolbuis mogelijk te maken, waarbij op de open plaatsen de oorspronkelijke ronde vorm wordt hersteld en de buisdelen worden gelast. De overlast die bij ontgraving ontstaat wordt hierdoor grotendeels voorkomen en tevens is het onnodig om talloze kruisingen met kabels en leidingen voorzichtig vrij te graven, waardoor de kans op schade aan kabels en leidingen wordt beperkt.

Indien om moverende redenen van opdrachtgever de keuze op vervanging of uitbreiding van de riolering wordt gemaakt is het belangrijk dat de aannemer een praktisch bestek ter hand wordt gesteld, waarbij rekening is gehouden met de ontgravingdiepte en de nabijheid van ongefundeerde panden, de aanwezigheid van breukgevoelige leidingen of storingsgevoelige verbindingsmoffen van kabels. Een goede opdrachtgever bepaalt tevoren of een (verloren) stalen damwand moet worden geplaatst en op welke wijze die moet worden aangebracht dan wel of het verantwoord is om de damwand na realisatie van de riolering te verwijderen. Op kwetsbare plekken is de logische keuze voor hydraulisch drukken (trillingsarm) van de damwand verantwoord, waarna de bovenste meter van de verloren damwand zal worden verwijderd om zettingen te voorkomen. Bij wegkruisingen zullen met de netbeheerders van breukgevoelige leidingen, zoals asbestcement en gietijzer, afspraken gemaakt moeten worden om deze leidingen tevoren op eindkappen te laten zetten en na realisatie van het rioleringswerk te herstellen.

Gemeenten die om economische redenen er voor kiezen om alle risico’s bij de aannemer te laten en zijn er helaas genoeg. Tijdens graafwerk wordt het werk herhaaldelijk gestagneerd, doordat een kabel of leiding die pal over de oude rioolbuis ligt kapot wordt getrokken of in storing valt dan wel uit elkaar klapt. Regelmatig constateer ik dat ontgraven wordt met te steile sleufwanden zonder sleufbekisting, waarbij kruisende kabels en leidingen op knullige wijze worden opgehangen, waardoor niet trekvaste moffen of oliegevulde verbindingsmoffen kunnen bezwijken of door afschuiving de complete infrastructuur in de sleuf dreigt te vallen. Gemeenten hebben de keuze om deze overlast vermijden !